De branchevereniging voor trainen & opleiden

GBIO-financiering verdwijnt: wat nu?

FacebookTwitterLinkedIn

‘In 2013 houdt het GBIO na 36 jaar op te bestaan. Daarmee komt ook een eind aan de subsidiëring van or-opleidingen. Wat betekent dit in de praktijk en hoe kun je er als or voor zorgen dat je scholingsrechten onaangetast blijven?

Het verdwijnen van de GBIO-subsidie hoeft niet te betekenen dat er iets verandert. Voor een or met een bestuurder die zijn (wettelijke) verantwoordelijkheid kent, blijft alles bij het oude. De or kan gebruik blijven maken van zijn scholingsrecht en de bestuurder draagt de kosten.’

Maar zo zal het niet altijd gaan. Omdat de GBIO-regeling wegvalt, lijkt het alsof or-trainingen duurder worden. En kan het gebeuren dat een bestuurder uit kostenoverwegingen de or onder druk zet om voor de scholing met goedkopere aanbieders in zee te gaan. Daarmee kan de kwaliteit van de opleiding onder druk komen te staan of ziet de or zich misschien genoodzaakt minder op cursus te gaan.

Om dit te voorkomen is het verstandig met goede argumenten te komen richting bestuurder. Gebruik 2012 om met de bestuurder de gewijzigde situatie te bespreken en een realistische begroting van de scholingsdagen af te spreken, gebaseerd op het scholingsrecht en de scholingstraditie van de or. Het gaat erom dat de or ook in de toekomst de mogelijkheid heeft om van zijn scholingsrechten gebruik te maken.

Een realistische begroting van scholingsdagen 2013 bestaat uit de kosten van het gewenste aantal scholingsdagen van de or/oc’s/commissies in het komende jaar, bijvoorbeeld gebaseerd op de huidige en voorgaande zittingsperiode.

Argumenten
De or kan de volgende argumenten inbrengen:

•Aan het wettelijk scholingsrecht is niets veranderd, de or heeft recht op kwalitatief goede scholing en de bestuurder moet hierin voorzien.
•Het verschil is minder groot dan het lijkt. De werkgever betaalde altijd al een deel van de or-scholing via de werkgeversbijdrage van 0,03 procent van de loonsom.
•De werkgever kan de opleidingskosten in hun geheel aftrekken van de belastingen. Daardoor vallen ze zo’n 20 procent lager uit.
•De werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland hebben jarenlang voor de afschaffing van de bijdrageregeling geijverd. Het is dus de keus van de werkgevers om iedere werkgever afzonderlijk de kosten van het scholingsrecht voor zijn rekening te laten nemen. Als werkgevers nu duurder uit zijn, hebben ze daar zelf voor gekozen.
•De tarieven die door de kwaliteitsinstituten gehanteerd worden zijn redelijk en marktconform. Kwaliteit heeft zijn prijs en de or heeft daar recht op.
Om een garantie te krijgen ten aanzien van zijn scholingsfaciliteiten, kan de or een convenant met zijn bestuurder sluiten.
Bron: OR informatie, januari/februari 2012

De website van de NRTO maakt gebruik van cookies.   Meer informatie?   |   Bericht sluiten