
De tweede editie van de Tilburg L&D Monitor biedt een uniek, sectorbreed beeld van trends in leren en ontwikkelen. Voor private opleiders – vaak NRTO-lid – bevat de monitor waardevolle inzichten: waar onderscheiden zij zich positief, waar liggen kwetsbaarheden en welke strategische lessen zijn eruit te halen?
De Tilburg L&D Monitor is geen marketingonderzoek, maar een wetenschappelijk onderbouwde benchmark voor de sector. Hoe meer private opleiders deelnemen, hoe scherper en representatiever het beeld. Dat is niet alleen waardevol voor individuele organisaties, maar ook voor de gezamenlijke positionering van de sector richting beleid, partners en opdrachtgevers. De volgende Tilburg L&D Monitor verschijnt in 2027, de eerste editie vond in 2023 plaats.
Waar private opleiders zich positief onderscheiden
Een van de meest opvallende uitkomsten is dat leden van netwerkorganisaties, waaronder NRTO-leden, significant hoger scoren op exploitatieve innovatie. Dat betekent dat zij sterker dan niet-leden voortbouwen op bestaande kennis en bestaande producten en diensten gericht doorontwikkelen voor hun klanten. Dit bevestigt een bekend maar belangrijk punt: private opleiders zijn sterk in marktgerichtheid, doorontwikkeling en toepasbaarheid. Ze weten wat klanten nodig hebben en zijn goed in het verfijnen en verbeteren van hun aanbod. Het netwerk – kennisdeling, benchmarking en gezamenlijke reflectie – lijkt daarbij een belangrijke hefboom.
Organisaties met L&D als core business (waaronder veel private opleiders) laten hogere scores zien op het gebied van:
✅ Strategisch plannen
✅ Toegang tot informatie voor professionals
✅ Verkennende innovatie (het ontwikkelen van nieuwe producten en diensten)
✅ Speels en creatief werken (Playful Work Design)
Dat onderstreept het beeld van private opleiders als professionele, wendbare spelers die innovatie combineren met praktijkgerichtheid.
De aandachtspunten
Tegelijkertijd laat de monitor ook minder rooskleurige signalen zien. Ten opzichte van 2023 is in de hele sector – dus ook bij private opleiders – sprake van:
👉Lagere bevlogenheid van L&D-professionals
👉 Lagere (ingeschatte) tevredenheid van deelnemers
Opvallend is vooral dat ontwerpers van L&D-interventies hun eigen autonomie en werkprestatie lager inschatten dan andere groepen. Dit kan wijzen op toenemende complexiteit, druk of rolspanning in het ontwerpen van leertrajecten. Voor private opleiders is dit een belangrijk signaal: juist de kwaliteit van ontwerp is een kern van het onderscheidend vermogen.
Wat valt verder op?
👉 Alle typen interventies – van formeel opleiden tot leren op de werkplek – worden breed ingezet
👉 De sterke-puntenbenadering blijft populair
👉 De sector lijkt kritischer te worden op eigen effectiviteit. Vooral als het gaat om deelnemersresultaten
Nieuw in het onderzoek opgenomen: AI
Nieuw in de 2025-editie is de aandacht voor AI-gebruik in L&D:
👉 AI wordt al gebruikt, maar nog niet intensief
👉 Het verwachte nut van AI is hoog, hoger dan het huidige gebruiksgemak
👉 Besluitvormers lopen voorop, uitvoerenden volgen
Dat betekent concreet: wie nu investeert in vaardigheden, randvoorwaarden en gezamenlijke adoptie van AI, kan hier de komende jaren een concurrentievoordeel behalen.
Dankwoord
Tot slot een woord van dank aan Tilburg University en de betrokken onderzoekers (in het bijzonder Jolanda Botke) die deze monitor mogelijk maken. We bedanken Develhub, VOV en PMC voor in inspanningen en natuurlijk allen die de vragenlijst hebben ingevuld. Zonder jullie bijdrage geen inzicht, zonder inzicht geen gerichte verbetering van leren en ontwikkelen in Nederland!