Cijfers en trends

De NRTO heeft ongeveer 200 leden. Waaronder 1 lid vereniging (Vetron). De Vetron heeft zelf 38 leden, dit zijn de indirecte leden van de NRTO.

De leden van de NRTO richten zich zowel op formeel als non formeel onderwijs. 60 Ondernemingen hebben een CREBO- of CROHO-licentie. De leden van de Vetron kenmerken zich doordat zij zich met name richten op de zakelijke markt. Alle leden van de Vetron beschikken over een ISO 9001 certificaat.

De directe en indirecte leden van de NRTO zijn samen goed voor een omzet van ongeveer € 600 miljoen.

Niet bekostigd onderwijs
Het niet bekostigd onderwijs betreft opleidingen waarvoor de uitgaven volledig voor rekening komen van de burger die de opleiding volgt, voor de werkgever of voor de uitkeringsinstantie. In 2008 kende het niet bekostigde onderwijs 1.322.000 deelnemers tussen de 17 en 64 jaar. Dit is 12,5% van de totale bevolking in die leeftijdscategorie.

Het grootste gedeelte van het niet bekostigde onderwijs is post initieel onderwijs. Dit betekent dat het onderwijs wordt gevolgd nadat men het initiële onderwijs heeft verlaten. Hierin zijn niet-bekostigde instellingen de belangrijkste spelers.

Figuur 1 Post-initieel onderwijs wordt grotendeels verzorgd door niet-bekostigde instellingen.
Post-initieel onderwijs wordt grotendeels verzorgd door niet-bekostigde instellingen
Het merendeel van de niet-bekostigde opleidingen (78,7%) is werkgerelateerd. In onderstaande tabel is te zien dat de meeste deelnemers aan niet-bekostigde, werkgerelateerde opleidingen tussen de 35 en 45 jaar oud zijn. (Bron: CBS). Dit is de belangrijkste doelgroep van de leden van de NRTO.

Tabel 1. Aantal deelnemers aan niet-bekostigde, werkgerelateerde opleidingen in 2008

2008 Absoluut
Deelnemers 24 jaar en jonger 8.900
Deelnemers 25 tot 35 jaar 280.000
Deelnemers 35 tot 45 jaar 314.000
Deelnemers 45 tot 55 jaar 246.000
Deelnemers 55 tot 65 jaar 112.000
Totaal

Leven Lang Leren
Leven Lang Leren is al jaren een van de beleidsspeerpunten van de Nederlandse overheid. In Europees verband is afgesproken dat in alle landen de deelname aan Leven Lang Leren minimaal 12,5% moet zijn. Nederland heeft zichzelf tot doel gesteld dat de deelname aan Leven Lang Leren in 2010 20% moet zijn. In 2008 nam 16,6% van de Nederlanders deel aan Leven Lang Leren. Dit is dus meer dan het Europese doel, maar minder dan het doel dat de Nederlandse overheid zichzelf had gesteld. Wel is er een stijgende lijn te zien in de deelname aan een Leven Lang Leren in Nederland.

Figuur 2: Deelname aan Leven Lang Leren stijgt
Deelname aan Leven Lang Leren stijgt
In de enquête waar bovenstaande cijfers uit komen, wordt gevraagd of deelnemers in de 4 weken voorafgaand aan de enquête minimaal een semester scholing hebben gevolgd.

Eurostat publiceert ook gegevens uit de Adult Education Survey. In deze enquête wordt de deelnemers gevraagd of zij het afgelopen jaar scholing hebben gevolgd. Volgens de Adut Education Survey nam in 2007 42,1% van de Nederlanders tussen de 25 en 64 jaar deel aan non formele scholing. Ter vergelijking: het Europees gemiddelde is hier 32,7%. Van alle non formele scholing in 2007 is 84,7% werkgerelateerd.

Financiën
Verschillende partijen kunnen geld uitgeven aan scholing. Zo geeft de Nederlandse overheid per jaar een groot bedrag uit aan met name initiële scholing. In 2008 gaat het om 32 miljard euro. De uitgaven aan scholing door de overheid zijn de laatste jaren fors gestegen (Bron: CBS).

Figuur 3: Overheidsuitgaven aan onderwijs vertonen grote stijging
 Overheidsuitgaven aan onderwijs vertonen grote stijging
Mensen kunnen ook zelf investeren in hun eigen scholing. Zo gaven werknemers in 2008 199 miljoen euro uit aan korte arbeidsgerichte cursussen (Bron: CBS).

Van de leden van de Vetron is de omzet tussen 2008 en 2009 gedaald. Het merendeel van de deze ondernemingen verwacht dat de omzet in 2010 ook licht zal afnemen.

Comments are closed.

wachtwoord vergeten?
gebruikersnaam vergeten?
login