De branchevereniging voor trainen & opleiden

Begrippenlijst

A

  • Accreditatie hoger onderwijs
  • In het hoger onderwijs kan een hogeschool of universiteit alleen nog overheidsbekostiging ontvangen of officieel erkende diploma’s verstrekken als de opleiding geaccrediteerd is. Studenten hebben alleen recht op studiefinanciering en het recht op het voeren van titulatuur bij een geaccrediteerde opleiding.

  • Accreditatie leerbedrijf
  • Accreditatie is het proces waardoor een leerbedrijf het keurmerk verwerft om opgenomen te worden in het register van erkende leerbedrijven. De accreditatie wordt door het betreffende kenniscentrum verleend als het leerbedrijf heeft aangetoond aan kwaliteitscriteria te kunnen voldoen met betrekking tot de inhoudselementen van een (deel)kwalificatie en de begeleiding van de onderwijsdeelnemer. Alleen geaccrediteerde leerbedrijven mogen beroepspraktijkvormingsplaatsen ter beschikking stellen, die door de onderwijsinstelling kunnen worden ingezet voor de uitvoering van het beroepspraktijkvormingsprogramma.

  • AD: Associate Degree
  • Een Associate Degree (AD) is een nieuw wettelijk diploma in het hoger onderwijs, net als bachelor of master. Een AD-programma is een (over het algemeen) tweejarig programma. Het niveau van het programma zit tussen MBO-4- en HBO-bachelorniveau in. AD-programma’s zijn door het rijk erkend.

  • AOC-raad
  • De brancheorganisatie van de AOC’s, die de belangen van de AOC’s behartigt.

  • AOC: Agrarische Opleidingscentra
  • Agrarische opleidingscentra zijn onderwijsinstellingen waarin het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving of in de afdeling levensmiddelentechnologie worden verzorgd. Deze onderwijsinstellingen vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie.

B

  • Bachelor
  • Een graad die je krijgt indien je een geaccrediteerde opleiding (240 ECTS) hebt gevolgd aan een instelling voor hoger beroepsonderwijs (de bacheloropleiding); een bachelor is ook de naam van de driejarige (eerste) fase van een universitaire opleiding. Terwijl een bachelor, gevolgd aan een HBO-instelling geacht wordt beroepskwalificerend te zijn, is een universitaire bachelor dat niet. Beroepskwalificerend betekent dat je er de arbeidsmarkt mee op kan. De bachelor van het HBO wordt daarom ook wel de ‘professional bachelor’ genoemd.

  • BBL: Beroepsbegeleidende leerweg
  • De leerweg van een MBO-opleiding is een BBL-traject als het praktijkdeel zestig procent of meer van de totale studielast omvat.

  • Bekostigde onderwijsinstelling
  • Onderwijsinstelling die bekostigd wordt door de overheid. Dit kan zijn: • Een basisschool (sector PO: primair onderwijs) • Een school voor vmbo / mavo / havo / vwo: atheneum resp. gymnasium (sector VO: voortgezet onderwijs) • Een ROC (sector BVE) • Een Vakschool (sector BVE) • Een AOC (sector BVE) • Een HBO (sector HO) • Een Universiteit (sector HO)

  • Beroepskolom
  • Aanduiding voor het ononderbroken onderwijs in MBO en HBO. Vooral de aansluiting tussen MBO en HBO is in de praktijk om allerlei redenen problematisch. Behalve onderscheiden organisaties (ROC’s en HBO-instellingen, MBO-raad en HBO-raad) zie je dat ook het beleid bij verschillende directies van het ministerie gemaakt wordt (BVE-directie en HO-directie). Veel leden van de NRTO bieden zowel MBO-onderwijs aan als HBO-onderwijs.

  • Blik op Werk
  • Blik op Werk is een onafhankelijke stichting die zich inzet voor kwaliteit op het gebied van diensten die te maken hebben met duurzaam aan het werk blijven en komen. Het Blik op Werk keurmerk is een keurmerk voor dienstverleners die ervoor zorgen dat mensen weer maatschappelijk meedoen, betaald werk vinden, een eigen onderneming opstarten, van werk naar werk gaan, gezond aan het werk kunnen blijven en inburgeringscursussen volgen. Daarnaast speelt dit keurmerk een belangrijke rol bij het inburgeringsproces, aangezien een aanbieder van inburgeringscursussen dit keurmerk per 1 september 2012 moet hebben om het mogelijk te maken voor de inburgeraar het sociaal leenstelsel te gebruiken.
    Voor meer informatie zie: www.blikopwerk.nl

  • BOL: Beroepsopleidende leerweg
  • De leerweg van een MBO-opleiding is een BOL-traject als het praktijkdeel ten minste twintig procent en minder dan zestig procent van de totale studielast omvat.

  • BPV: Beroepspraktijkvorming
  • Beroepspraktijkvorming is dat deel van de opleiding waarin de onderwijsdeelnemer in staat wordt gesteld om de geleerde kennis, inzichten en houdingen in de praktijk van het beroep (dus in een bedrijf of organisatie) te kunnen oefenen en afsluiten. Van elke beroepsopleiding, of deze nu wordt gevolgd in de beroepsbegeleidende of in de beroepsopleidende leerweg, maakt beroepspraktijkvorming deel uit.

  • BRIN-nummer
  • Basis Registratie Instellingen-nummer

C

  • CEDEO
  • CEDEO bestaat sinds 1980 en is een onafhankelijke organisatie, die opleidingsinstituten onderzoekt op klanttevredenheid, kwaliteit, continuïteit en bedrijfsgerichtheid. Een CEDEO-erkenning betekent dat een ruime meerderheid (tenminste 80%) van de klanten tevreden is over de kwaliteit van het opleidingsinstituut. Directe aanleiding voor de oprichting was het gebrek aan inzicht in de kwaliteit van het aanbod van bedrijfsopleidingen.
    Voor meer informatie zie www.cedeo.nl

  • CEFR (Common European Framework of Reference for Languages)
  • In 1998 is het Europees Referentiekader voor de moderne talen verschenen in opdracht van de Raad van Europa. Dit kader beschrijft een Europese schaal van taalvaardigheid in zes uiteenlopende niveaus voor de beheersing van vaardigheden zoals luisteren, spreken en schrijven. Er zijn drie niveaus (A, B, C), welke onderverdeeld zijn in de sub niveaus 1 en 2. Taalniveau A1 is hierbij het laagste niveau, C2 het hoogste.

  • Commissie Meijerink
  • In 2007 heeft de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen, onder leiding van Heim Meijerink en in opdracht van OCW, een onderzoek verricht naar aanleiding van zorgen over de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs. Uit dit onderzoek zijn twee referentiekaders voortgekomen, één voor rekenen en één voor taal. Deze referentiekaders zijn ontwikkeld voor het hele onderwijs om aan te kunnen geven wat leerlingen moeten kennen en kunnen als het gaat om Nederlandse taal en rekenen. Er zijn vier fundamentele niveaus beschreven: 1F, 2F, 3F en 4F. Niveau 2F wordt hierbij gezien als het maatschappelijk functioneel niveau.

  • CREBO: Centraal Register Educatie en Beroeps Opleidingen (voor het MBO)
  • CREBO is een systematische geordende verzameling van gegevens met betrekking tot de opleidingen uit het MBO die door de bekostigde en niet-bekostigde instellingen worden verzorgd. Het CREBO omvat een overzicht van opleidingen per instelling. Beheerder is de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap.

  • CRKBO: Centraal Register Kortberoepsonderwijs
  • In het Register Kort Beroepsonderwijs (CRKBO) kunnen onderwijsinstellingen worden ingeschreven die voldoen aan de Kwaliteitscode voor Opleidingsinstituten voor Kort Beroepsonderwijs. Opname in dit register is gekoppeld aan een kwalitatieve audit van de instelling (de erkenningsregeling). Is een onderwijsinstelling ingeschreven in het register, dan is die instelling daardoor een erkende instelling als bedoeld in de Europese BTW-richtlijn. Die richtlijn bepaalt dat niet door de overheid bekostigd beroepsonderwijs met BTW belast is, tenzij het wordt gegeven door een instelling die erkend is.

  • CROHO: Centraal Register van Opleidingen Hoger Onderwijs
  • Een van de wettelijke taken van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is het registreren en publiceren van opleidingsgegevens binnen het bekostigde en niet-bekostigde hoger onderwijs. De gegevens worden vastgelegd in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs (CROHO) dat door DUO beheerd wordt. Nieuwe opleidingen kunnen pas vastgelegd worden nadat ze geaccrediteerd zijn en –bij bekostigde opleidingen- de doelmatigheidstoets hebben doorstaan. De accreditatie van opleidingen gebeurt door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). Het toetsen van bekostigde opleidingen aan doelmatigheidseisen is belegd bij de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs (CDHO) die een advies uitbrengt aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) of de minister van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I). De minister neemt een besluit betreffende de doelmatigheid. Het CROHO-register is openbaar en op internet te raadplegen en te downloaden.

D

  • DASHE: Dutch Association for shorter higher education
  • Een stichting, opgericht door PAEPON (rechtsvoorganger van de NRTO) en door het LEIDO/LICA. Het LEIDO is een afkorting voor het Landelijk Expertise- en Informatiecentrum Duaal Onderwijs; het LICA is een afkorting voor Landelijk Informatie- en expertiseCentrum Aansluiting hbo. Het LEIDO/LICA maakt zich sterk voor (onderwijs in) de beroepskolom en het versoepelen van de aansluiting.

  • Deelkwalificatie
  • De te onderscheiden beheersingsniveaus van kwalificatieprofielen in het MBO zijn gezamenlijk bepalend voor het handelingsniveau (1,2,3,of 4) van de (deel)kwalificatie. Wanneer de eindtermen met voldoende dekkingsgraad op van tevoren bepaalde beheersingsniveaus zijn afgesloten, is aangetoond dat de deelnemer daarmede de (deel)kwalificatie op het bijbehorende handelingsniveau heeft verworven. Met de komst van de beroepsgericht kwalificatiestructuur zijn er geen deelkwalificaties meer in de kwalificatiedossiers opgenomen.

  • Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
  • De IB-Groep en CFI vormen vanaf januari 2010 één organisatie: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). DUO financiert en informeert onderwijsdeelnemers en onderwijsinstellingen.

  • Duaal onderwijs
  • Het is een geintegreerd traject van leren en werken, waarbij de wisselwerking tussen theorie en praktijk centraal staat. Een duale student is één of meer dagen per week actief aan het leren. De overige dagen is hij als werknemer in dienst van een organisatie.

E

  • ECTS: European Credit Transfer System (ECTS)
  • De studielast van een vak (en van een opleiding) wordt uitgedrukt in ECTS (studie-)punten. Een ECTS-punt komt overeen met 28 uren studie. De studielast van de hbo-bacheloropleidingen bedraagt ten hoogste 240 ECTS-punten. In het wo telt men 180 ECTS-punten voor de bacheloropleiding en 60 ECTS-punten voor de masteropleiding.

  • ECVET European Credit System for Vocational Education and Training
  • ECVET is een Europees transfersysteem voor leerresultaten in het beroepsonderwijs. De website van het Nationaal Coördinatiepunt ECVET. Op www.ecvet.nl vindt men alle informatie over activiteiten en projecten van de organisatie. Ook is hier informatie te vinden over het verkrijgen van projectsubsidies.

  • EVC: Elders Verworven Competenties
  • EVC houdt in dat een competentie die de deelnemer in een eerdere fase van zijn leven, al of niet via onderwijs heeft ontwikkeld, wordt erkend. Een EVC-procedure omvat het proces waarin wordt onderzocht in hoeverre de competenties die behoren bij een (deel)kwalificatie reeds eerder op formele of informele wijze door de deelnemer zijn verworven. Een EVC kan leiden tot vrijstelling voor delen van studieprogramma. Indien is aangetoond dat de verworven competenties overeen komen met de beschreven competenties van een (deel)kwalificatie, kan tot een formele erkenning in de vorm van een certificaat of diploma worden overgegaan.

F

  • Formeel Onderwijs
  • Onderwijs wat in een wettelijk kader wordt aangeboden. Het wettelijk kader is bijvoorbeeld de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs / MBO) of de WHW (Wet Hoger en Wetenschappelijk onderwijs / HBO en WO); het wordt onderscheiden van het Niet-Formeel onderwijs en het Informeel Onderwijs.

G

H

  • HBO-raad
  • Zie Vereniging Hogescholen.

I

  • (post) Initieel onderwijs
  • Initieel onderwijs is de eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan van personen in het voltijdonderwijs voordat zij bijvoorbeeld de arbeidsmarkt betreden. Tot het initiële onderwijs behoort het voltijdonderwijs dat mensen volgen voordat ze bijvoorbeeld de arbeidsmarkt betreden, zoals het basisonderwijs, het voltijd voortgezet onderwijs en aansluitende vervolgopleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en het hoger onderwijs (ho). Bij het mbo gaat het dan niet alleen om de beroepsopleidende leerweg (bol), maar ook om de beroepsbegeleidende leerweg (bbl, het voormalige leerlingwezen). Onder het ho vallen het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo). Post-initieel onderwijs Post-initieel onderwijs is onderwijs dat iemand volgt na zijn eerste, oorspronkelijke onderwijsloopbaan in het voltijdonderwijs, dus na bijvoorbeeld het betreden van de arbeidsmarkt. Onder het post-initieel onderwijs vallen alle deeltijdopleidingen en cursussen. In de onderwijsstatistieken worden ook voltijdopleidingen tot het post-initieel onderwijs gerekend als in de periode daarvóór de onderwijsloopbaan van een deelnemer voor minimaal vijf jaar onderbroken is geweest. Zie tevens CBS

  • Informeel leren
  • Leerprocessen die onbedoeld tot stand komen door activiteiten of werkzaamheden welke met een ander doel verricht worden, maar waar men niettemin een dusdanige ervaringskennis op kan hebben gedaan dat men dit via een EVC-procedure kan laten ‘formaliseren’.

  • Inspectie van het Onderwijs
  • De Inspectie van het Onderwijs valt onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en houdt toezicht op de uitvoering van de Nederlandse onderwijswetgeving. Dit gebeurt op het niveau van scholen en instellingen, maar ook op het niveau van het onderwijsstelsel. De Inspectie wordt geleid door de Inspecteur-generaal van het Onderwijs.

  • ISO: Interstedelijk Studenten Overleg
  • Eén van de twee bonden in het hoger onderwijs.

J

  • JOB: Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs
  • Studentenvertegenwoordiging uit het MBO.

K

  • (beroepsgerichte) Kwalificatiestructuur
  • KBB: Kenniscentra Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (voorheen: landelijke organen)
  • Per bedrijfstak of groep van bedrijfstakken is er een kenniscentrum. Het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van onderwijs en bedrijfsleven (bipartiet). Onderdeel van een kenniscentrum is een paritaire commissie waarin het bedrijfsleven en het onderwijs evenredig vertegenwoordigd zijn. De wettelijke taken van de kenniscentra zijn: Bijdragen aan het ontwikkelen en onderhouden van een landelijke kwalificatiestructuur en bijdragen aan de bevordering van de kwaliteit en de beschikbaarheid van de plaatsen waar de beroepspraktijkvorming wordt verzorgd. Kenniscentra hebben tevens tot taak een regelmatige beoordeling te geven van die bedrijven en organisaties die beroepspraktijkvorming verzorgen;

L

  • Leerbedrijf
  • Bedrijf waar de deelnemer het onderricht in de praktijk van het beroep (de beroepspraktijk-vorming) krijgt. Het leerbedrijf draagt zorg voor de begeleiding van de deelnemers binnen het bedrijf. Kenniscentra dragen zorg voor een regelmatige beoordeling van leerbedrijven. Alleen bedrijven met een gunstige beoordeling zijn bevoegd beroepspraktijkvorming voor een opleiding te verzorgen.

  • LSVB: Landelijke Studenten Vakbond
  • Eén van de twee studentenbonden in het hoger onderwijs

M

  • Master
  • De titel na het afsluiten van een universitaire studie. Een (wetenschappelijke) master is beroepskwalificerend. Een master is ook de titel die verkregen kan worden na het afsluiten van een voortgezette opleiding aan een HBO (de ‘professional master’). In het bekostigd onderwijs wordt de masterstudie van de universiteit wel bekostigd maar de masterstudie aan een HBO-instelling niet. Dit komt omdat de HBO-bachelor eindonderwijs is (beroepskwalificerend) en dat bij een universitaire studie dat pas bereikt is nadat de master is behaald. Veel MBA’s (master of business administration) zijn ‘professional masters’ en geen ‘wetenschappelijke masters’.

  • MBO-raad
  • De MBO-raad is de brancheorganisatie voor de instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. De grootste categorie instellingen vormen de regionale opleidingencentra (ROC’s), maar ook de vakinstellingen, agrarische opleidingencentra en enkele andere scholen behoren daartoe.

N

  • NBI: niet-bekostigde instellingen
  • De afkorting die vooral in gebruik is bij de onderwijsinspectie ter onderscheiding van de bekostigde instellingen.

  • NLQF
  • Nederlands kwalificatiekader. Het NLQF biedt de mogelijkheid om niveaus van kwalificaties met elkaar te vergelijken.

  • Non-Formeel Onderwijs
  • Onderwijs wat aangeboden wordt in het kader van b.v. bedrijfsopleidingen of door brancheverenigingen. Zie ook formeel onderwijs.

  • NRTO, de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding
  • De NRTO is dé overkoepelende brancheorganisatie voor alle particuliere trainings- en opleidingsbureaus in Nederland. De NRTO heeft een belangrijke rol bij het op de agenda zetten van particulier opleiden in Nederland. De NRTO is een vanzelfsprekende gesprekspartner voor politiek, ministeries, onderwijspartijen, maatschappelijke organisaties en de media.

  • Nuffic; Netherlands University Foundation For International Cooperation
  • Nuffic is een non-profit dienstverlenende organisatie en expertisecentrum op het gebied van internationale samenwerking in het hoger onderwijs.

  • NVAO: Nederlands-Vlaamse Accreditatie organisatie
  • De Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie verzorgt (sinds mei 2003) de accreditatie van opleidingen in het hoger onderwijs.

O

  • OCW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
  • Voor de NRTO zijn relevant de directies: PO (primair onderwijs), VO (voortgezet onderwijs), BVE (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) en HO (hoger onderwijs).

  • Onderwijs- en examenregeling (OER)
  • De onderwijs- en examenregeling is het document waarin de belangrijkste kenmerken van een opleiding, waaronder de inhoud en inrichting, de studieduur voor een groep of groepen van deelnemers en de toetsing en examinering, worden vastgelegd door het bevoegd gezag van de onderwijsinstelling.

  • OVAL
  • OVAL bundelt de krachten van dienstverleners die actief zijn op het terrein van werk, loopbaan en vitaliteit. Zij leveren een bijdrage aan duurzame inzetbaarheid van mensen. Dit doen ze in opdracht van werkgevers, verzekeraars, werknemers, UWV, gemeenten en individuele werkzoekenden.

P

Q

R

  • ROC: Regionaal Opleidingen Centrum
  • Een ROC is een bekostigde onderwijsinstelling die in het kader van de wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) middelbaar beroepsonderwijs aanbiedt en educatieve activiteiten verzorgt. Ze zijn halverwege de jaren negentig ontstaan als gevolg van (verplichte) fusies van diverse mbo-opleidingen. Instituten met meao (economisch en administratief), mts (technisch, elektrotechniek, bouwkunde) en mdgo (detailhandel, gezondheidszorg, activiteitenbegeleider) werden samengevoegd tot grote opleidingencentra. Er zijn 42 ROC’s in Nederland.

S

  • SBB
  • Bedrijfsleven en beroepsonderwijs vormen de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Samen werken ze aan thema’s als kwalificatiestructuur, examens, beroepspraktijkvorming en opleidingsaanbod. Daarmee optimaliseert SBB de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Met als doel: voldoende en deskundige vakmensen.

  • Stichting Lezen en Schrijven
  • Stichting Lezen en Schrijven is van start gegaan op 27 mei 2004 en is een initiatief van H.K.H. Prinses Laurentien der Nederlanden; zij is tevens voorzitter. De stichting is opgericht met als doel het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid op zowel de korte als lange termijn. Het merendeel van de activiteiten van de stichting speelt zich af in Nederland, maar er wordt ook samengewerkt met andere Europese landen.
    Voor meer informatie zie www.lezenenschrijven.nl

  • Studielast
  • Studielast is de hoeveelheid tijd (studiebelastingsuren) die de gemiddelde student nodig heeft om zich een bepaalde hoeveelheid leerstof eigen te maken. Het gaat hierbij niet alleen om het volgen van colleges, maar ook om de voorbereiding en afwikkeling daarvan. Studielast is en belangrijk begrip bij overheids-erkende opleidingen. De wet schrijft voor dat studielast bij MBO- en HBO-opleidingen moet worden onderbouwd, maar biedt geen concrete methode om de studielast te berekenen.

T

  • Taalniveaus
  • Met een taalniveau kan een bepaald gebruik en begrijpelijkheid van taal aangeduid worden. Met verschillende taalniveaus kan niet alleen de taalbeheersing van een persoon, maar ook de moeilijkheidsgraad van teksten gemeten worden. Om het taalonderwijs binnen Nederland en Europa op elkaar af te kunnen stemmen en een platform te hebben waarop taalkwalificaties erkend kunnen worden, wordt er binnen Nederland en Europa gewerkt met referentiekaders om het taalniveau van een persoon/tekst te bepalen. Voor meer informatie, zie CEFR en Commissie Meijerink.

  • Toets nieuwe opleiding
  • Toets Nieuwe Opleiding van de NVAO en de mogelijkheden om rechtspersoon voor hoger onderwijs te worden. Een organisatie die wil worden erkend als “rechtspersoon voor hoger onderwijs” volgt onderstaande drie stappen: 1. Zij vraagt bij de NVAO een verzwaarde toets nieuwe opleiding aan voor een kwaliteitstoets van de (eerste) aan te bieden opleiding. Bij de verzwaarde toets nieuwe opleiding wordt – in tegenstelling tot de ‘normale’ toets nieuwe opleiding – wel naar het rendement van de opleiding gekeken. Het is dus geen plantoetsing, maar er moet sprake zijn van bewezen (gerealiseerde) kwaliteit. De NVAO heeft hiervoor haar werkwijze neergelegd in een protocol. Na beoordeling van de opleiding neemt de NVAO een besluit ten behoeve van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Aan het oordeel van de NVAO zijn kosten verbonden; 2.Daarna vraagt de organisatie bij de Inspectie van het Onderwijs een advies aan. De inspectie toetst de kwaliteit en continuïteit van de kandidaat rechtspersoon, waaronder de naleving van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) en verstrekt hierover een advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Erkende onderwijsinstellingen vallen onder het toezicht van de inspectie; 3.Na een positief besluit van de NVAO en een advies van de Inspectie neemt de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een besluit over de erkenning van de organisatie als “rechtspersoon voor hoger onderwijs” en daarmee de toetreding tot het stelsel van hoger onderwijs, op basis van de beleidsregel bevoegdheid graadverlening hoger onderwijs. In het protocol van de verzwaarde toets nieuwe opleiding staat de volkomen cyclus eis al genoemd. In de ‘gewone’ toets nieuwe opleiding is geen sprake van een volkomen cyclus eis, dit geldt alleen voor nieuwe rechtspersonen voor hoger onderwijs.

U

V

  • Vakinstellingen
  • Vakinstellingen of vakscholen zijn onderwijsinstellingen die specifiek voor een bepaalde branche opleidingen verzorgen. Onder de WEB kunnen vakscholen, onder bepaalde condities, bekostigd blijven.

  • VBI: Verifiërende en Beoordelende Instantie
  • Het betreft hier auditerende instellingen en die door de hoger onderwijsinstellingen kunnen worden gecontracteerd om een accreditatierapport cf. het toetsingskader van de NVAO op te stellen.

  • Vereniging Hogescholen (voorheen HBO-raad)
  • De Vereniging Hogescholen is een landelijke belangenorganisatie van de instellingen voor hoger beroepsonderwijs. Er zijn 44 HBO-instellingen

W

  • WEB: Wet Educatie en Beroepsonderwijs
  • Het wettelijk kader voor het MBO.

  • Wet Bio
  • In de Wet BIO worden onder andere de bekwaamheidseisen van leraren in het primair-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs geregeld. Een school moet kunnen aantonen dat haar leraren daar ook aan voldoen. Daarnaast moet de school de bekwaamheid van de leraren op peil houden en een bekwaamheidsdossier bijhouden van iedere docent. De Wet BIO is niet van toepassing op private instellingen.

  • WHW: Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap
  • Het wettelijk kader voor het HBO en WO.

X

Y

Z

De website van de NRTO maakt gebruik van cookies.   Meer informatie?   |   Bericht sluiten