SZW erkent dat bij veel aanvragen de uiteindelijke vergoeding lager kan uitvallen dan het maximum van € 2.700 en dat deze onzekerheid de stimulerende werking van de regeling kan verminderen. De systematiek wordt vooralsnog niet aangepast: het beschikbare budget wordt evenredig over de aanvragen verdeeld en er komt geen gegarandeerde minimumvergoeding. Voor het eerste aanvraagtijdvak in 2026 bedraagt het subsidieplafond € 2,4 miljoen. Alternatieve vormen van bekostiging worden in het kader van toekomstig beleid verder onderzocht.
NRTO blijft daarbij aandacht vragen voor de positie van praktijkleren binnen het bredere scholingsbeleid. SZW noemt als mogelijke toekomstige beleidsrichting een versmalling van de regeling tot trajecten die leiden tot een praktijkverklaring of mbo-certificaat. Volledige diplomagerichte mbo-trajecten zouden dan buiten de regeling kunnen vallen, vanuit de gedachte dat hiervoor de bbl en de Subsidieregeling praktijkleren van OCW beschikbaar zijn. NRTO vindt een dergelijke versmalling niet wenselijk en blijft zich ervoor inzetten dat ook diplomagerichte trajecten in de loopbaanbegeleidende leerweg voor ondersteuning in aanmerking blijven komen.
Ook de maximale subsidiabele duur blijft 40 weken binnen een periode van 52 weken. NRTO heeft erop gewezen dat deze termijn voor met name langere trajecten te beperkt kan zijn. SZW houdt vast aan de uniforme termijn van 40 weken vanwege de beheersbaarheid en voorspelbaarheid van de regeling en de aansluiting bij de Subsidieregeling praktijkleren van OCW.
Op het punt van overgang en continuïteit is de door NRTO gevraagde duidelijkheid wel gekomen. Praktijkplaatsen die zijn gestart of doorgelopen tussen het vervallen van de vorige regeling op 1 april 2026 en de eerste aanvraagronde in november 2026 kunnen voor subsidie in aanmerking komen, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
NRTO blijft de verdere beleidsontwikkeling rond praktijkleren en leven lang ontwikkelen nauwgezet volgen. De belangrijkste aandachtspunten; voldoende budget, een voorspelbare vergoeding, passende subsidiabele duur en het behoud van diplomagerichte trajecten, blijven daarbij voor NRTO op de agenda.