De subsidie hiervoor is opengesteld, private opleiders kunnen niet zelf penvoerder of hoofdaanvrager zijn. De subsidie kan alleen worden aangevraagd door een hoger onderwijsinstelling met één of meer lerarenopleidingen, namens een nieuw educatief consortium. Private opleiders kunnen wél deelnemen aan zo’n consortium, mits zij aantoonbaar passen bij de regionale vraag en bij één of meer NAPL-ontwikkelpaden. Voor NRTO-leden is dit vooral interessant als zij professionaliseringsaanbod hebben voor leraren, docententeams, schoolleiders/werkgevers of mbo-contexten, en bereid zijn hun aanbod samen met publieke lerarenopleidingen, leraren en werkgevers door te ontwikkelen binnen de NAPL-kaders.
Over NAPL
Meer informatie over het plan is hier te vinden. Het project bestaat uit 4 pijlers:
1. Ontwikkelpaden
2. Een digitaal platform
3. Pilots met co-creatielabs
4. en systeem met kwaliteitsborging
Wat zijn de beoogde eindresultaten van het project?
-
Er zijn 18 ontwikkelpaden voor leraren in het po, vo en mbo ontwikkeld (6 per sector).
-
Er is een opleidingsregister ontwikkeld waarin het professionaliseringaanbod is opgenomen.
-
Er is een kwaliteitskader en kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld om de kwaliteit van het professionaliseringsaanbod vast te stellen en te borgen.
-
Er zijn in 12 onderwijsregio’s co-creatielabs gerealiseerd waar professionaliseringsaanbod is ontwikkeld.
-
Circa 60.000 leraren hebben deelgenomen aan een professionaliseringstraject.
Strategische kans private opleiders
Voor private opleiders zit de kans vooral in drie dingen: vroeg aan tafel komen bij onderwijsregio’s en lerarenopleidingen, aantonen dat privaat aanbod lacunes vult in de regionale vraag en borgen dat private expertise gelijkwaardig wordt meegenomen in de co-creatieteams.
De NRTO adviseert haar leden: maak vóór de zomer een korte propositie van maximaal twee pagina’s met aanbod, doelgroep, sector, aansluiting op ontwikkelpaden, mogelijke bijdrage aan co-creatie, en randvoorwaarden rond open materiaal. Daarmee kunt u gericht het gesprek voeren met onderwijsregio’s, penvoerende hogescholen/universiteiten en educatieve allianties.
Hoe kunt u meedoen?
1. Aansluiten bij een educatief consortium
Een private opleider moet aanhaken bij een consortium dat minimaal bestaat uit een penvoerende hogeronderwijsinstelling en ten minste één penvoerder van een onderwijsregio. Private opleiders mogen aanvullend deelnemen als zij zijn opgenomen in de aanbodanalyse en aansluiten bij één of meer ontwikkelpaden.
Praktisch betekent dit: zoek tijdig contact met de relevante onderwijsregio, lerarenopleiding of educatieve alliantie. De aanvraagperiode loopt van 17 augustus 2026 09.00 uur tot en met 4 september 2026 13.00 uur, dus deelname moet feitelijk vóór de aanvraag zijn georganiseerd.
2. Zorgen dat het eigen aanbod zichtbaar wordt in de aanbodanalyse
De regeling vraagt om een ambitiedocument met een aanbodanalyse van hogeronderwijsinstellingen én private opleiders binnen het consortium. Daaruit moet blijken in hoeverre bestaand professionaliseringsaanbod aansluit op de regionale vraag en welk aanbod nog ontwikkeld moet worden. Voor private opleiders is dit de belangrijkste toegangspoort. Zij moeten dus scherp kunnen aanleveren: wat zij al aanbieden, voor welke doelgroep, op welk niveau, met welke leeruitkomsten, in welke sector — po, vo en/of mbo — en hoe dit past bij de NAPL-ontwikkelpaden.
3. Aantonen dat het aanbod past bij de ontwikkelpaden
De huidige ontwikkelpaden in de regeling zijn Start- naar vakbekwaam en Specialisatie curriculumontwikkeling, beide voor alle sectoren: po, vo en mbo. De ontwikkelpaden schrijven geen vaste route voor, maar worden modulair opgebouwd in leerarrangementen. Dit maakt het interessant voor private opleiders die modulair, praktijkgericht of blended professionaliseringsaanbod hebben. Maar het aanbod moet wel kunnen worden vertaald naar leerarrangementen die binnen deze ontwikkelpaden passen.
4. Meewerken aan co-creatie, niet alleen “leverancier” zijn
Een co-creatielab is een interdisciplinaire werkplaats waarin leraren, lerarenopleidingen, werkgevers en eventueel private opleiders op gelijkwaardige basis samenwerken aan leerarrangementen. De handreiking benadrukt dat private aanbieders actief kunnen worden benaderd met de vraag welke bijdrage zij willen leveren aan het co-creatielab.
Private opleiders moeten dus bereid zijn om mee te ontwerpen, testen, evalueren en bijstellen. Het gaat niet om een klassieke inkooprelatie waarbij een bestaand product simpelweg wordt afgenomen.
5. Rekening houden met open toegankelijkheid
Een cruciale voorwaarde: resultaten van gesubsidieerde activiteiten moeten voor iedereen kosteloos toegankelijk worden gemaakt. In de samenwerkingsovereenkomst moet worden vastgelegd dat alle partijen de resultaten kosteloos toegankelijk maken; de regeling noemt daarbij CC-BY-SA 4.0 als mogelijke standaardlicentie. Dit is voor private opleiders strategisch belangrijk. Bestaand materiaal simpelweg inzetten is niet subsidiabel; nieuw materiaal ontwikkelen of bestaand materiaal omzetten/opwerken binnen het co-creatielab is dat wel. Maar als dat met publieke subsidie gebeurt, moet de opbrengst publiek toegankelijk en herbruikbaar worden.
6. Voldoen aan het kwaliteitskader NAPL
Leerarrangementen moeten voldoen aan het kwaliteitskader om op het digitale NAPL-platform te komen. Het kwaliteitskader vraagt onder meer dat duidelijk is hoe een leerarrangement past binnen het ontwikkelpad, wat de leeruitkomsten zijn, welke leeractiviteiten en materialen worden gebruikt, hoeveel tijdsinvestering nodig is, hoe eerder verworven competenties worden gevalideerd en hoe het arrangement wordt afgerond. Daarnaast wordt gevraagd om een leeromgeving die aansluit bij de beroepscontext, collectief of teamleren stimuleert, toepassing in de praktijk ondersteunt en recht doet aan formeel, informeel en non-formeel leren.
7. Afspraken maken over rol, geld, rechten en verantwoording
De samenwerkingsovereenkomst moet onder meer vastleggen wat elke partij inhoudelijk en organisatorisch bijdraagt, hoe het subsidiebedrag wordt verdeeld, en dat alle partijen meewerken aan verantwoording en monitoring. Private opleiders moeten dus vooraf helder maken: welke expertise zij inbrengen, hoeveel inzet zij leveren, welke kosten daarmee gemoeid zijn, welk materiaal zij wel of niet open willen delen, en hoe zij omgaan met intellectueel eigendom.
Voor wie is dit interessant?
Zeer interessant voor
Private opleiders met bestaand of ontwikkelbaar aanbod rond professionalisering van leraren, docententeams, begeleiding van startende docenten, didactiek, pedagogiek, curriculumontwikkeling, onderwijsinnovatie, toetsing, praktijkleren, teamleren of evidence-informed werken. Ook interessant voor opleiders die sterk zijn in mbo-contexten. De regeling noemt po, vo en mbo expliciet als sectoren, en werkgevers kunnen ook directeuren van mbo-instellingen zijn. Voor NRTO-leden met expertise in mbo-docentprofessionalisering, praktijkgericht opleiden of LLO ligt hier dus een duidelijke kans.
Interessant onder voorwaarden
Voor opleiders met commercieel waardevol eigen materiaal is deelname interessant als zij bereid zijn een deel van hun materiaal, methodiek of leerarrangementen open toegankelijk te maken wanneer deze met subsidie worden opgewerkt. Dit kan zichtbaarheid, netwerkpositie en toegang tot latere NAPL-trajecten opleveren, maar vraagt wel een bewuste afweging over IP en verdienmodel.
Minder interessant voor
Opleiders die alleen losse trainingen willen verkopen zonder co-creatie, zonder aansluiting op de ontwikkelpaden of zonder bereidheid tot open delen. Ook deelname van leraren aan professionaliseringstrajecten zelf wordt niet uit deze regeling gesubsidieerd; het gaat om het ontwikkelen, toetsen, evalueren en toegankelijk maken van leerarrangementen.