De branchevereniging voor trainen & opleiden

Blog door Jelle van Ophoven: Met de BBL kom je er wel

FacebookTwitterLinkedIn


Werkend leren, een leerlingstelsel, de beroepsbegeleidende leerweg (BBL): benamingen van verschillende generaties voor hetzelfde principe, namelijk duaal onderwijs in het mbo. Duaal onderwijs is een onderwijskundige term waarmee wordt aangeduid dat een student leren en werken combineert. Een BBL-traject wordt ingedeeld met een dienstverband van minimaal 24 uur per week bij een bedrijf en daarnaast een dag school. Op deze manier leert de student het merendeel op de werkvloer in plaats van in de schoolbanken. Duale trajecten zijn er ook in het hoger onderwijs, maar daar verbleken de deelnemersaantallen naast die in het mbo. Voor 2019 zijn er in het mbo 112.800 BBL-studenten tegenover 371.200 studenten die de beroepsopleidende leerweg (BOL) volgen, aldus de begroting van OCW. Echter, het aantal studenten dat via de BBL wordt opgeleid mag nog sterker toenemen en dat hoeft zeker niet ten koste te gaan van de aantallen studenten in de BOL.

Een stijging van het aantal BBL-studenten is wenselijk. Waarom? Omdat het positieve effecten heeft voor alle betrokken actoren, zo luidt het bondige antwoord. VVD-kamerlid Dennis Wiersma heeft ook deze overtuiging, daarom heeft hij via een motie verzocht om ook het uitgebreide antwoord op papier te krijgen. Ter beantwoording van deze motie heeft het Centraal Planbureau (CPB) afgelopen zomer hun rapport ‘Kosten en baten van de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo’ uitgebracht. In dit rapport wordt uitgebreid ingegaan op de effecten van de BBL voor zowel studenten, als ook scholen, bedrijven en de overheid.

Voor de studenten zelf levert een BBL-traject een aantal zeer concrete voordelen op ten opzichte van een BOL-traject, namelijk: een hogere baankans, een hoger salaris en een grotere kans op een vaste aanstelling. Het CPB becijfert dit uitgebreid in hun rapportage. Een ander positief effect dat lastiger in cijfers is uit te drukken, is de specialistische kennis die BBL-studenten hebben door hun concrete praktijkervaring. Zij staan tijdens hun opleiding al meer met hun voeten in de klei, wat ook maakt dat opleidingen beter aansluiten op zowel eigen verwachtingen als verwachtingen uit het werkveld. “Dichter op de arbeidsmarkt leren,” noemt Wiersma dat in zijn motie.

De nadruk op deze (betaalde) werkervaring is één van de belangrijkste redenen dat er nog meer potentie zit in de BBL. Voor specifieke groepen studenten biedt de BBL namelijk de mogelijkheid bij uitstek tot opleiding, omdat de BOL niet bij hen past of zij niet bij de BOL passen. Allereerst, de groep waarbij de BOL niet past. Dit zijn de studenten die weinig affiniteit hebben met school en het schoolse leven en het liefst zo snel mogelijk aan het werk gaan. Een BBL-traject is hen vanzelfsprekend op het lijf geschreven. Daarnaast is er de groep die zelf niet bij de BOL past. Dit is een diverse groep, maar deze bestaat bijvoorbeeld uit wat oudere jongvolwassenen, mensen in de bijstand, samenwonenden met een gezin, etc. Zij hebben vaak al een initiële opleiding gehad, BBL is voor hen de manier om door te groeien en duurzaam inzetbaar te blijven. Het volgen van een voltijdsopleiding zonder inkomen te ontvangen, is simpelweg niet mogelijk. Doordat zij een BBL-opleiding kunnen volgen werken ze aan hun eigen perspectief, maar tegelijkertijd voorzien ze in hun levensonderhoud – en in sommige gevallen – ook in dat van een ander.

De relevantie van de BBL voor studenten in het algemeen en de net beschreven groepen in het bijzonder mag duidelijk zijn, maar hoe zit dat bij andere betrokkenen, de scholen en bedrijven? Scholen zijn bij een BBL-traject minder tijd en geld kwijt aan opleiden, omdat dit grotendeels bij het bedrijf gebeurt. Van de leerwerkbedrijven, zoals ze genoemd worden, wordt een investering gevraagd. Daarvoor krijgen ze direct een arbeidskracht erbij, die veelal na het voltooien van de opleiding aan het werk blijft. Daarnaast doen zij de investering niet geheel zelf, want ze kunnen aanspraak maken op de subsidie praktijkleren. Dit is een jaarlijkse tegemoetkoming voor een deel van de scholingskosten.

Tot slot, de overheid. In dit kader is het belangrijk om nog even door te gaan over de subsidie praktijkleren. Aanvankelijk zou deze subsidie namelijk op termijn geschrapt worden, zo viel te lezen in de Rijksbegroting. Echter is dit, na moties van Asscher (PvdA) en Tielen (VVD) en een amendement van Van de Hul (PvdA), teruggedraaid. Deze voorstellen werden met algemene stemmen, dat wil zeggen door de gehele Tweede Kamer, aangenomen. Het belang van praktijkbanen en de BBL wordt daarmee duidelijk onderschreven door de voltallige politiek.

Redenen om de BBL zo uitdrukkelijk te steunen zijn er dan ook genoeg. Los van de eerdergenoemde voordelen voor studenten, scholen en leerwerkbedrijven, is het ook voor de overheid een gunstige manier van opleiden. Een BBL-student kost per saldo minder, omdat een deel van de opleidingskosten worden gedragen door de branche. Daarnaast stimuleert de BBL werkgelegenheid, wat resulteert in minder intredewerkloosheid, lagere uitgaven aan de bijstand en meer belastinginkomsten. Tot slot kan de overheid sturing geven met leerwerkbanen, door bijvoorbeeld het aanbod te stimuleren in kraptesectoren als de zorg, techniek en bouw. Dit zijn sectoren waarin men schreeuwt om goede arbeidskrachten en die zich ook nog eens goed lenen voor BBL-trajecten. Asscher stipte dit ook aan in zijn motie: “overwegende dat leerbanen een leven lang verschil kunnen maken in het leven van jongeren die kunnen leren én werken als monteur, verpleegkundige of lasser.”

Al met al heeft de BBL veel voordelen en potentie. Het is bij onze oosterburen dan ook de standaard manier van opleiden in hun equivalent van het mbo. Ons systeem heeft zowel de optie tot een schoolgerichte mbo-route, als een leerwerkroute. Een goede balans als je het mij vraagt. Leerlingen die net hun vmbo afgerond hebben kunnen vaak het best hun initiële opleiding via een BOL-traject volgen. Echter, als de BBL past bij je situatie en wensen, ga er dan voor! Juist nu het economisch goed gaat en er krapte is in tal van relevante sectoren. Nu de mogelijkheid aangrijpen om jezelf te ontwikkelen biedt niet alleen voordelen op de korte termijn, maar ook een grotere zekerheid wanneer het economisch minder gaat. Op dit moment al aan het werk zijn is daarom uitdrukkelijk geen reden om af te zien van een BBL-opleiding. Immers, je blijft aan het werk, krijgt inkomen en ontwikkelt jezelf.

Met de BBL kom je er wel.

Bronnen:
CPB

Nieuwsbericht NRTO “subsidieregeling praktijkleren

De website van de NRTO maakt gebruik van cookies.   Meer informatie?   |   Bericht sluiten