De NRTO stelt zich tot doel een kwalitatief erkend en herkend hoogstaand, flexibel en gevarieerd onderwijs-, opleidings- en trainingsaanbod te realiseren op basis van private bekostiging. Daarom informeert de NRTO haar leden over initiatieven die genomen worden om de kwaliteit van het particulier onderwijs (internationaal) zichtbaar te maken. In dat verband kan aan onderstaande convenanten en kwaliteitskeurmerken worden gedacht:
Keurmerk Inburgering
In nauwe samenwerking tussen de NRTO, MBO-raad en Oval (voorheen Boaborea )is het keurmerk Inburgering opgesteld. Het verwerven van dit keurmerk is een vrijwillige aangelegenheid. De NRTO maakt zich wel sterk voor dit keurmerk door haar leden, die zich op deze markt begeven, actief te wijzen op het bestaan hiervan.
Het doel van het Keurmerk Inburgeren is kwaliteitsborging van de aanbieders van inburgeringcursussen en transparantie van de markt. Zo kan de inburgeraar tijdens het keuzeproces en tijdens de voorbereiding op het examen een goede keuze maken.
Uit onderzoek naar de marktwerking in het inburgeringonderwijs blijkt dat zowel aanbieders als gemeenten positief staan ten opzichte van de marktwerking op publieke waarden als kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van de dienstverlening. Gemeenten constateren ook een positieve ontwikkeling die zowel betrekking heeft op de kwaliteit en breedte van het dienstverleningsaanbod als de innovatie, het rendement en het maatwerk. De eerste signalen duiden op de door het kabinet in het Deltaplan Inburgering beoogde succespercentages, die niet eerder behaald werden en de tevredenheid van cliënten ligt op een 7. Marktwerking heeft dus een positieve invloed op de belangrijkste waarden van de ingekochte trajecten. Daarbij is het vergroten van de kwaliteit en het leveren van maatwerk altijd een doel geweest van het invoeren van een ontschot participatiebudget. Het is daarom een gemiste kans om de marktwerking in de educatietrajecten van de participatiebudgetten uit te stellen. Juist voor deze moeilijke doelgroep dient de kracht van aanbieders op basis van kwaliteit, snelheid en flexibiliteit benut te worden. Zij zijn van nature gericht op het leveren van gerichte, korte trajecten met een – waar mogelijk- directe link naar de arbeidsmarkt. Voor cliënten is dat een groot voordeel.
Nederlandse onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs die voor studiedoeleinden buitenlandse studenten inschrijven moeten voldoen aan de vereisten die in de Gedragscode internationale student staan geformuleerd. De code is het resultaat van intensief overleg tussen de vier onderwijskoepels de NRTO, HBO-raad, VSNU en SAIL met de betrokkenen van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Justitie (IND) en Buitenlandse Zaken, de Inspectie van het Onderwijs en het Nuffic. Instellingen die deze code niet hebben ondertekend respectievelijk niet kunnen ondertekenen worden geconfronteerd met het feit dat hun buitenlandse studenten geen studypermit kunnen krijgen van de Immigratie en Naturalisatiedienst.
In de periode september 2008 – februari 2009 heeft de evaluatie van de Gedragscode plaatsgevonden. De koepelorganisaties en onderwijsinstellingen, maar ook alle bij de Gedragscode betrokken partijen binnen de overheid zijn daarbij in de gelegenheid gesteld hun ervaringen en opvattingen kenbaar te maken. Eén van de bevindingen uit het evaluatierapport is dat de grenzen tussen zelfregulering en overheidsverantwoordelijkheid nadrukkelijker moeten worden bepaald. In algemene zin is de Landelijke Commissie in eerste instantie aan zet: zij onderneemt stappen zoals het instellen van nader onderzoek of aanspreken van onderwijsinstelling(en). Afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding en de snelheid waarmee de onderwijsinstelling adequaat reageert, kan echter ook ingrijpen van de overheid aan de orde zijn. Indien de naleving van de WHW en onderliggende regelgeving in het geding is, is dat de Inspectie van het Onderwijs. De naleving van de Vreemdelingenwet en onderliggende regelgeving is het werkterrein van Justitie en IND.
In oktober 2006 hebben een groot aantal organisaties, waaronder de NRTO als convenantpartner, de kwaliteitscode EVC ondertekend. De NRTO heeft zich hierdoor gecommitteerd om haar leden te ondersteunen bij het benutten van EVC’s in haar onderwijsbeleid conform de standaarden die het kenniscentrum EVC daartoe ontwikkeld heeft.
In 2012 is er een nieuw EVC convenant ondertekend door de STAR en de overheid. Met de ondertekening van het nieuwe convenant geven de overheid, de werknemers- en de werkgeversorganisaties aan zich in te zetten voor de verdere verspreiding van EVC als arbeidsmarktinstrument ter ondersteuning van een Leven Lang Leren.
